Familieboek van Elisa, tevens website over de Leeuwengarde een paramilitaire verzetsgroep actief geweest in de 2e wereldoorlog, de Leeuwengarde deel 2

Familieboek van Elisa

Website van De Leeuwengarde

De Leeuwengarde deel 2

In Amsterdam was in 1938 een wandelclub naar militair model opgericht,het "Nederlandsch Oranje Wandel-Corps" (N.O.W.C.). In de zomer van 1940 namen twee leden,D.J. Saarloos en C.J. Oostendorp het initiatief uit deze wandelclub een verzetsgroep op te richten die zich vooral moest gaan toeleggen op sabotage. Slechts 10 leden waren bereid hieraan mee te werken. De afkorting N.O.W.C. bleef gehandhaaft, maar met een andere betekenis: Nederlandsch Oranje Weerbaarheids-Corps, "De Geuzen". Er was ook een Vlaardingse "Geuzen" verzetsgroep, maar beide groepen hadden niets met elkaar te maken. De Geuzen kregen hun leden in Amsterdam en omstreken. D.J. Saarloos werd commandant van de groep en het hoofdkwartier werd gevestigd in een grote kelder onder een garage aan de Middenweg in Amsterdam. De Geuzen stelden zich ten doel: "Herstel van vrij Nederland onder de constitutionele monarchie van het Huis van Oranje Nassau" en het bevorderen van dit doel met alle ten dienste staande middelen. Onder leiding van Saarloos verwierven zij onder meer een complete telegrafie-installatie, vuurwapens en explosieven. Begin 1941 kwam Oostendorp in contact met Flip Masselman, die hij verder in verbinding bracht met Geuzencommandant Saarloos. Er volgenden enkele besprekingen tussen Saarloos en mijn oom om te zien of een fusie tussen beide groepen mogelijk was. Er waren grote verschillen in geloof en politieke richting. De aanhang van de Geuzen was overwegend orthodox-protestants, terwijl de Leeuwengarde een aanhang had van vooral socialistische arbeiders. Saarloos en Flip Masselman besloten begin maart 1941 tot samenwerking over te gaan. Door mijn oom werd tegenover zijn mede-Gardisten gesproken van een fusie, doch in de praktijk was daar echter geen sprake van. Beide groepen bleven geheel zelfstandig bestaan. Ten tijde van de "fusie" in maart 1941 telde de Leeuwengarde slechts een handjevol leden. De omvang van de groep nam pas toe in de loop van 1941. Een imposant aandoende "fusie" wekt algauw de indruk van een omvangrijk samenwerkingsverband. Heel aannemelijk is het dat dit Flip Masselman zijn bedoeling is geweest, maar wat nu precies de samenwerking tussen beide groepen inhield is niet helemaal duidelijk. Er zijn wel aanwijzingen dat beide groepen sabotagematerialen en recepten voor springstoffen hebben uitgewisseld en dat ze gezamenlijk plannen voor acties hebben ontwikkeld. Mocht er een samenwerking zijn geweest, dan is deze niet van lange duur geweest, want in maart 1941 werd De Geuzen opgerold, waarbij 50 arrestaties werden verricht. Commandant Saarloos wist te ontkomen. De activiteiten van de Leeuwengarde lagen vooral op het vlak van sabotage en spionage. Stemerding en G. van As kregen omstreeks het voorjaar van 1941 van Flip Masselman de opdracht een speciale sabotagegroep op te richten. Naar de leden ging een oproep uit zich te voorzien van boksbeugels, ploertendoders en staven. Verder werden vuurwapens, munitie, granaten en messen verworven. Mijn oom werd op 21 augustus 1941 gearresteerd op zijn werk in Amersfoort door 3 of 4 man van de Sicherheitspolizei uit Amsterdam onder leiding van de latere "kriminalsekretär" F.C. Viebahn. De achtergronden van zijn arrestatie zijn tot op heden nog niet opgehelderd, er zijn wel vermoedens. G. van As nam de leiding van de Leeuwengarde over. In september 1941 trad de chemiestudent Gerard Tuynenburg Muys toe tot de Leeuwengarde. Hij ging zich bezighouden met de aanmaak van thermietbommen en ampullen met een licht ontvlambare vloeistof. In het najaar van 1941 werd een aantal door Tuynenburg Muys vervaardigde brandbommen aan enkele Leeuwengardisten ter hand gesteld. Zij voerden er tweemaal een sabotage-aanslag mee uit. De eerste aanslag, op 20 oktober 1941, gold een Schnellboot van de Kriegsmarine op de werf Gusto in Schiedam. De brandbom werd echter ontdekt en toen deze vervolgens (per ongeluk) toch ontbrandde, kon het vuur snel worden gedoofd. Op 10 november 1941 volgde (weer bij Gusto) een tweede poging van dezelfde aard. Ook deze keer werd de brandbom ontdekt. Verder werd er op het station Delftsche Poort door Leeuwengardisten gaten geboord in goederenwagons met los graan, die richting Duitsland gingen. Naast sabotage richtte de Leeuwengarde zich ook op spionage. Flip Masselman nam hierin de initiatieven en gaf hiervoor instructies. Stafbesprekingen werden gevoerd met Stemerding en G. van As. Oom Flip toonde aan G. van As een landkaart van Nederland waarop met gekleurde speldenknoppen die punten waren aangegeven die bij een Engelse invasie door de Leeuwengarde bezet moesten worden. Via G. van As ontving oom Flip onder andere gegevens over de ligging van mijnenvegers, onderzeeërs, rijnaken en tankschepen in de Rotterdamse havens, evenals gegevens over de locaties van afweergeschut, zoeklichten en onderkomens van de Wehrmacht. Ook verstrekte Van As tientallen foto's van allerlei strategische objecten.

Flip Masselman

de wachttoren van kamp Amersfoort

De wachttoren van Kamp Amersfoort

Van Stemerding ontving oom Flip een havenplan van Rotterdam, waarop de munitiedepots waren aangegeven, opdat de Engelsen deze zouden kunnen bombarderen. Ook Van den Acker (van de Arnhemse tak), leverde via Stemerding en G. van As spionagemateriaal. Wat er met dit materiaal gebeurde is niet duidelijk. Het bereikte Engeland in ieder geval niet.In de loop van 1941 had het "Hoofdkwartier" al bepaald dat de leden van de Leeuwengarde door middel van een duplo-kaartsysteem geregistreerd moesten worden. Of dat toen ook gebeurde is, is niet aannemelijk. Begin 1942 drong P. van As er bij zijn mede-gardist, de politieman Kion, op aan om een kaartsysteem van de leden aan te leggen. Kion was hier om veiligheidsredenen op tegen. Van As zette zijn zin door, maar stemde er wel mee in dat Kion en de door hem verworven leden buiten het registratiesysteem zouden worden gehouden. Van As liet de lijst nu door een andere politieman samenstellen, Izaak Daane. Kion schreef hierover in 1946, dat Daane voor het vervoer van en het bij zich hebben van vuurwapens slechts een kleine 14 dagen in Scheveningen had "vast" gezeten en daarna weer op vrije voeten was gesteld. Dat stond Kion niet aan. Hij voorzag de ondergang van de Leeuwengarde, maar werd niet serieus genomen. Op 9 april 1942 werden ca. 30 personen van de Leeuwengarde gearresteerd. De arrestaties waren al eerder begonnen en hadden ook nadien nog plaats, ten minste tot in juni 1942. Eind september (mogelijk eerder) waren de Duitsers op de hoogte van de Leeuwengarde en de leidende rol van mijn oom daarin. Een maand later had de Sicherheitspolizei een exemplaar van het wervingspamflet weten te bemachtigen en wist men informatie aan de groep te onttrekken betreffende sabotageaanslagen e.d. Wellicht waren op dat moment (eind oktober 1941) al handlangers van de Sipo, de Leeuwengarde binnengedrongen. De provocateurs die voor de Sipo de Leeuwengarde waren binnengedrongen (dan wel Gardisten die door de Sipo tot verraad waren gebracht), leverden de groep onder meer wat wapens en sabotagemateriaal. Ook werkten zij mee aan spionageactiviteiten om zo binnen de groep vertrouwen te winnen, deze vervolgens in kaart te brengen en om de leden van de groep zo juridisch te kunnen belasten. Voor zover valt na te gaan was Daane de belangrijkste provocateur, die zowel in de Arnhemse als de Rotterdamse tak van de Leeuwengarde actief was. Op 6 maart 1942 reed Daane, Huijbers vanuit Arnhem naar Utrecht, waar deze prompt door de Sipo werd ingerekend. Dit was na een half jaar de tweede arrestatie binnen de Leeuwengarde. Op 31 maart 1942 werden G. van As en B. Veenstra gearresteerd. De op 9 april 1942 gearresteerde Leeuwengardisten werden merendeels eerst naar de Sipo-Dienststelle aan de Heemraadsingel gebracht. Diezelfde middag nog werden alle arrestanten afgevoerd naar de Scheveningse Strafgevangenis "Het Oranjehotel". Van de Leeuwengarde werden ruim 80 personen gearresteerd, van wie er 35 al snel weer werden vrijgelaten; tegen de overigen bleven verdenkingen bestaan. Tegen 32 personen werd een proces gevoerd; 16 andere verdachten werden meteen naar een concentratiekamp gezonden.

Het "Leeuwengarde-proces" had plaats van 16 tot en met 27 november 1942 in het Huis van Bewaring aan de Gansstraat te Utrecht. Tegen 11 personen werden onvoldoende gronden voor een veroordeling gevonden, al bleef men van hun deelname aan een "terroristische" organisatie overtuigd. Zij werden als "Nacht und Nebel" gevangen uit het proces geloosd en zonder veroordeling afgevoerd naar concentratiekampen. "Nacht und Nebel"- gevangenen wil zeggen, dat zij spoorloos verdwenen, zonder dat berichten over hun lot werden verstrekt of enig ander kontakt met de buitenwereld werd toegestaan. Tegen de overige 21 werd op 27 november 1942 de doodstraf uitgesproken, wegens sabotage, spionage, hulpverlening aan de vijand en verboden wapenbezit. Op 21 december 1942 werd door de bevelhebber der Wehrmacht, generaal Christiansen aan 8 van de 21 ter dood veroordeelden gratie verleend; zij kregen 15 jaar tuchthuis. De overige 13 werden op 29 december 1942 naar andere cellen overgebracht, waar zij rond 11 uur te horen kregen, dat zij 's middags geëxecuteerd zouden worden. Een van de ter dood veroordeelden was dominee J. Kars, predikant in Kralingscheveer. Hij heeft met zijn lotgenoten het Avondmaal gehouden. Mijn oom, buitenkerkelijk maar wel gelovig, heeft bij hem belijdenis gedaan. Om 14.00 uur werden alle 13 personen gefusilleerd op de Leusderheide. Onder hen waren, Stemerding, de broers Van As, Veenstra, Aubert, dominee Kars, Van den Acker, Huijbers en Flip Masselman. De eerste periode van zijn gevangenschap verbleef mijn oom in de Scheveningse Strafgevangenis "Het Oranjehotel". Op 17 juli 1942 werd hij overgebracht naar het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort (PDA). Hij verbleef er in block 3C, onder kampnummer 676. Na de oorlog, in oktober 1945, werden zijn stoffelijke resten blootgelegd in één van de 33 massagraven in de omgeving van Kamp Amersfoort. Na identificatie door mijn vader vonden de stoffelijke resten van oom Flip op 10 december 1945, een eeuwige rustplaats op de Algemene Begraafplaats te Zeist. Naast hem ligt begraven zijn grote vriend en mede-gardist Andries Stemerding.

© en webdesign Elisa

Informatie uit: Guerilla in Rotterdam, de paramilitaire verzetsgroepen 1940-1945
auteur: J.L. van der Pauw