Familieboek van Elisa

Website over Flip Masselman, oprichter van "De Leeuwengarde"

logo volgpagina's.gif

De Leeuwengarde

In één van Flip zijn dagboeken van augustus 1940, lees ik dat er weer verschillende plaatsen in Nederland gebombardeerd zijn. In september 1940 schrijft Flip in een melancholieke bui, dat het voor hem onomstotelijk vaststaat, dat hij eens “naam” zal maken, beroemd, berucht en geëerd zal worden. Hij vraagt zich af of dit een fantasie is? Zijn het luchtkastelen misschien? Op dat moment is hij er heilig van overtuigd dat dit niet zo is en dat hij een missie heeft. Hij weet en voelt dat hij ànders is dan anderen. Hij voelt zich een leider. Eens zal de wereld van hem spreken. Flip hoopte eens de kans te krijgen een Garde te formeren. Al als 16 jarige (of jonger) had hij de vaste overtuiging ooit naam te zullen maken, als militair. Een Garde moest verrijzen, een corps gelijk aan dat der Mariniers. Een corps waaruit later de officieren naar voren zouden komen. Zijn devies zou zijn: “trouw aan Oranje”, “trouw aan de Garde”. Oprecht en onbaatzuchtig dienen tot heil van volk, vorst en vaderland. Flip vervaardigde van wervingspamfletten die Flip verspreidde onder vrienden en kennissen. Het opschrift luidde: Hoofdkwartier der Nederlandsche Oranje Vrijschaar "De Leeuwengarde". "Wie de moed heeft, volge mij!" Hierna werd de doelstelling van "zijn" organisatie uiteengezet. In de eerste plaats: steun aan een Engelse invasie in Nederland in de bereidheid vaderland en volk gewapenderhand vrij te vechten. En vervolgens de volledige vernietiging en uitroeiing van het nazisme en van de N.S.B.-ers, zodra de bezetter door de Engelsen bloedig teruggeslagen is. Het was de taak der Leeuwengardisten de bezetter met alle middelen te bestrijden, in het bijzonder met sabotage en spionage. De Leeuwengarde kwam in november 1940 tot stand in Rotterdam en Overschie (een randgemeente die in augustus 1941 aan Rotterdam werd toegevoegd.

Het illegale blad Vrij Nederland, inspireerde Flip tot het formeren van een para-militaire verzetsgroep. Flip had voor "De Leeuwengarde" een militaire opbouw ontworpen, met zichzelf als "Algemeen Militair Commandant" aan het hoofd. De Leeuwengarde moest georganiseerd worden in bataljons, vendels c.q.districten, corpsen en brigades, onder commando van respectievelijk bataljonschefs, vendel- c.q. districtscommandanten, majoor-corpsvoerders en brigadiers. De vendels c.q. districten moesten elk bestaan uit 5 corpsen, onderverdeeld in elk 4 brigades van elk 12 Gardisten; de majoor-corpsvoerders wezen ieder de 4 mannen aan die de brigades moesten samenstellen, waarover zij dan als brigadier de leiding zouden krijgen. Verder werd bepaald dat uit elk vendel c.q. district een kernploeg van ca. 50 man geselecteerd moest worden, "storm-sectie" genaamd. Deze "storm-sectie" zou een bijzondere taak te vervullen hebben en moest daartoe steeds beschikbaar zijn. Uit deze "sectie" moest vervolgens een "Bijzondere Geheime Dienst" (B.G.D.) worden samengesteld, bestaande uit maximaal 15 man die opsporingswerk moesten verrichten, alsmede alle werkzaamheden in verband met de dagelijkse dienst. Alle andere leden (buiten de leden der B.G.D.) dienden tot nader order non-actief te blijven, maar hadden wel de plicht, waar mogelijk, "Gardisten" te werven.

De activiteiten van de Leeuwengarde werden georganiseerd in vier groepen:

  • Het aanleggen van persoonslijsten voor "de dag der wrake" en het verspreiden van vlugschriften en geruchten;
  • De vervaardiging van vlugschriften;
  • Het werven van "Gardisten" en het vergaren van spionagemateriaal;
  • Het bijeen brengen van wapens;

Over heel Nederland moest de Leeuwengarde zijn leden krijgen, waarbij voormalige militairen en politiemensen de voorkeur genoten. In zijn dagboek werkte Flip alvast het actiepunt "sabotage" uit. Ortskommandanturen, munitie-opslagplaatsen en militaire hospitalen moesten worden aangevallen en telefoonleidingen moesten worden vernield. Op papier grote plannen. Eén van de eersten die toetraden tot de "Leeuwengarde" was Andries Stemerding (1921-1942). De beide mannen kenden elkaar al van voor de oorlog, mogelijk uit de Marinekustwacht. Andries Stemerding werd benoemd tot "bataljonschef" van Rotterdam, een functie die hij vervulde tot mei 1941. Stemerding wierf zo'n 10-20 leden. In het voorjaar van 1941 traden toe tot de Leeuwengarde, Gerrit van As (1902-1942) uit Overschie en zijn broer Pieter van As (1899-1942) uit Rotterdam. Gerrit van As volgde al in mei 1941 Stemerding op als "bataljonschef" van Rotterdam en Overschie. Onder zijn leiding nam het aantal Leeuwengardisten toe (in de periode voorjaar tot en met najaar 1941). Pieter van As had (met hulp van anderen) zelf vanaf het najaar van 1940 een verzetsgroep opgericht. Deze groep trad eveneens tot de Leeuwengarde toe. Naast de Rotterdamse en Overschiese afdeling ontstond in september 1942 ook een afdeling in Arnhem, geleid door een kennis van Stemerding, F.M. van den Acker (1917-1942). Aanvankelijk had Van den Acker vrijwillig als schipper in Duitsland gewerkt. In augustus 1941 hielp Stemerding hem in Nederland aan een baan en als tegenprestatie richtte Van den Acker een afdeling van de Leeuwengarde op in Arnhem. Van den Acker stond via Stemerding en G. van As in contact met "commandeur" Masselman van de Leeuwengarde. Stemerding en G. van As waren de enigen die persoonlijk contact hadden met Flip. De overige gardisten kenden "commandeur Ph.W.M." alleen schriftelijk als hun leider. De Leeuwengarde was voornamelijk een Rotterdamse organisatie en in mindere mate een Arnhemse. In totaal had De Leeuwengarde hooguit ongeveer 100 leden.

De activiteiten van de Leeuwengarde lagen vooral op het gebied van sabotage en spionage. Stemerding en G. van As kregen omstreeks het voorjaar van 1941 van Flip Masselman de opdracht een speciale sabotagegroep op te richten. Naar de leden ging een oproep uit zich te voorzien van boksbeugels, ploertendoders en staven. Verder werden vuurwapens, munitie, granaten en messen verworven. Na de arrestatie van Flip nam G. van As de leiding van de Leeuwengarde over. In september 1941 trad de chemiestudent Gerard Tuynenburg Muys toe tot de Leeuwengarde. Hij ging zich bezighouden met de aanmaak van thermietbommen en ampullen met een licht ontvlambare vloeistof. In het najaar van 1941 werd een aantal door Tuynenburg Muys vervaardigde brandbommen aan enkele Leeuwengardisten ter hand gesteld. Zij voerden er tweemaal een sabotage-aanslag mee uit. De eerste aanslag, op 20 oktober 1941, gold een Schnellboot van de Kriegsmarine op de werf Gusto in Schiedam. De brandbom werd echter ontdekt en toen deze vervolgens (per ongeluk) toch ontbrandde, kon het vuur snel worden gedoofd. Op 10 november 1941 volgde (weer bij Gusto) een tweede poging van dezelfde aard. Ook deze keer werd de brandbom ontdekt. Verder werd er op het station Delftsche Poort door Leeuwengardisten gaten geboord in goederenwagons met los graan, die richting Duitsland gingen. Naast sabotage richtte de Leeuwengarde zich ook op spionage. Flip nam hierin de initiatieven en gaf hiervoor instructies. Stafbesprekingen werden gevoerd met Stemerding en G. van As. Flip toonde aan G. van As een landkaart van Nederland waarop met gekleurde speldenknoppen die punten waren aangegeven die bij een Engelse invasie door de Leeuwengarde bezet moesten worden. Via G. van As ontving oom Flip onder andere gegevens over de ligging van mijnenvegers, onderzeeërs, rijnaken en tankschepen in de Rotterdamse havens, evenals gegevens over de locaties van afweergeschut, zoeklichten en onderkomens van de Wehrmacht. Ook verstrekte Van As tientallen foto's van allerlei strategische objecten.Van Stemerding ontving Flip een havenplan van Rotterdam, waarop de munitiedepots waren aangegeven, opdat de Engelsen deze zouden kunnen bombarderen. Ook Van den Acker (van de Arnhemse tak), leverde via Stemerding en G. van As spionagemateriaal. Wat er met dit materiaal gebeurde is niet duidelijk. Het bereikte Engeland in ieder geval niet.

Copyright en webdesign Elisa Masselman. De website is bijgewerkt in september 2019.

De informatie is met toestemming deels overgenomen uit het boek: "Guerilla in Rotterdam, de paramilitaire verzetsgroepen 1940-1945"

auteur: dhr. J.L. van der Pauw