Familieboek van Elisa

Website over Flip Masselman, oprichter van "De Leeuwengarde"

Logo website

De Leeuwengarde

De totstandkoming en ondergang

Hoofdstuk (gedeeltelijk) overgenomen uit het boek: "Guerilla in Rotterdam, de paramilitaire verzetsgroepen 1940-1945"

Auteur: dhr. J.L. van der Pauw. Met toestemming van de auteur.

Voor de volledige versie verwijs ik u graag naar het hiervoor genoemde boek.

Het illegale blad Vrij Nederland, inspireerde Flip tot het formeren van een para-militaire verzetsgroep. Zijn devies zou zijn: “trouw aan Oranje”, “trouw aan de Garde”. Oprecht en onbaatzuchtig dienen tot heil van volk, vorst en vaderland. Flip vervaardigde wervingspamfletten die hij verspreidde onder vrienden en kennissen. Het opschrift luidde: Hoofdkwartier der Nederlandsche Oranje Vrijschaar "De Leeuwengarde". "Wie de moed heeft, volge mij!" Hierna werd de doelstelling van "zijn" organisatie uiteengezet. In de eerste plaats: steun aan een Engelse invasie in Nederland in de bereidheid vaderland en volk gewapenderhand vrij te vechten. En vervolgens de volledige vernietiging en uitroeiing van het nazisme en van de N.S.B.-ers, zodra de bezetter door de Engelsen bloedig teruggeslagen is. Het was de taak der Leeuwengardisten de bezetter met alle middelen te bestrijden, in het bijzonder met sabotage en spionage. De Leeuwengarde kwam in november 1940 tot stand in Rotterdam en Overschie (een randgemeente die in augustus 1941 aan Rotterdam werd toegevoegd.

Flip had voor "De Leeuwengarde" een militaire opbouw ontworpen, met zichzelf als "Algemeen Militair Commandant" aan het hoofd. De Leeuwengarde moest georganiseerd worden in bataljons, vendels c.q.districten, corpsen en brigades, onder commando van respectievelijk bataljonschefs, vendel- c.q. districtscommandanten, majoor-corpsvoerders en brigadiers. Alle andere leden (buiten de leden der B.G.D.) dienden tot nader order non-actief te blijven, maar hadden wel de plicht, waar mogelijk, "Gardisten" te werven.

De activiteiten van de Leeuwengarde werden georganiseerd in vier groepen:

  • Het aanleggen van persoonslijsten voor "de dag der wrake" en het verspreiden van vlugschriften en geruchten;
  • De vervaardiging van vlugschriften;
  • Het werven van "Gardisten" en het vergaren van spionagemateriaal;
  • Het bijeen brengen van wapens;

Over heel Nederland moest de Leeuwengarde zijn leden krijgen, waarbij voormalige militairen en politiemensen de voorkeur genoten. In zijn dagboek werkte Flip alvast het actiepunt "sabotage" uit. Ortskommandanturen, munitie-opslagplaatsen en militaire hospitalen moesten worden aangevallen en telefoonleidingen moesten worden vernield. Op papier grote plannen. Eén van de eersten die toetraden tot de "Leeuwengarde" was Andries Stemerding (1921-1942). De beide mannen kenden elkaar al van voor de oorlog, mogelijk uit de Marinekustwacht. Andries Stemerding werd benoemd tot "bataljonschef" van Rotterdam, een functie die hij vervulde tot mei 1941. Stemerding wierf zo'n 10-20 leden. In het voorjaar van 1941 traden toe tot de Leeuwengarde, Gerrit van As (1902-1942) uit Overschie en zijn broer Pieter van As (1899-1942) uit Rotterdam. Gerrit van As volgde al in mei 1941 Stemerding op als "bataljonschef" van Rotterdam en Overschie. Onder zijn leiding nam het aantal Leeuwengardisten toe (in de periode voorjaar tot en met najaar 1941). Pieter van As had (met hulp van anderen) zelf vanaf het najaar van 1940 een verzetsgroep opgericht. Deze groep trad eveneens tot de Leeuwengarde toe. Naast de Rotterdamse en Overschiese afdeling ontstond in september 1942 ook een afdeling in Arnhem, geleid door een kennis van Stemerding, F.M. van den Acker (1917-1942). Aanvankelijk had Van den Acker vrijwillig als schipper in Duitsland gewerkt. In augustus 1941 hielp Stemerding hem in Nederland aan een baan en als tegenprestatie richtte Van den Acker een afdeling van de Leeuwengarde op in Arnhem. Van den Acker stond via Stemerding en G. van As in contact met "commandeur" Masselman van de Leeuwengarde. Stemerding en G. van As waren de enigen die persoonlijk contact hadden met Flip. De overige gardisten kenden "commandeur Ph.W.M." alleen schriftelijk als hun leider. De Leeuwengarde was voornamelijk een Rotterdamse organisatie en in mindere mate een Arnhemse. In totaal had De Leeuwengarde hooguit ongeveer 100 leden.

De activiteiten van de Leeuwengarde lagen vooral op het gebied van sabotage en spionage. Stemerding en G. van As kregen omstreeks het voorjaar van 1941 van Flip Masselman de opdracht een speciale sabotagegroep op te richten. Naar de leden ging een oproep uit zich te voorzien van boksbeugels, ploertendoders en staven. Verder werden vuurwapens, munitie, granaten en messen verworven. Na de arrestatie van Flip nam G. van As de leiding van de Leeuwengarde over. In september 1941 trad de chemiestudent Gerard Tuynenburg Muys toe tot de Leeuwengarde. Hij ging zich bezighouden met de aanmaak van thermietbommen en ampullen met een licht ontvlambare vloeistof. In het najaar van 1941 werd een aantal door Tuynenburg Muys vervaardigde brandbommen aan enkele Leeuwengardisten ter hand gesteld. Zij voerden er tweemaal een sabotage-aanslag mee uit. De eerste aanslag, op 20 oktober 1941, gold een Schnellboot van de Kriegsmarine op de werf Gusto in Schiedam. De brandbom werd echter ontdekt en toen deze vervolgens (per ongeluk) toch ontbrandde, kon het vuur snel worden gedoofd. Op 10 november 1941 volgde (weer bij Gusto) een tweede poging van dezelfde aard. Ook deze keer werd de brandbom ontdekt. Verder werd er op het station Delftsche Poort door Leeuwengardisten gaten geboord in goederenwagons met los graan, die richting Duitsland gingen. Naast sabotage richtte de Leeuwengarde zich ook op spionage. Flip nam hierin de initiatieven en gaf hiervoor instructies. Stafbesprekingen werden gevoerd met Stemerding en G. van As. Flip toonde aan G. van As een landkaart van Nederland waarop met gekleurde speldenknoppen die punten waren aangegeven die bij een Engelse invasie door de Leeuwengarde bezet moesten worden. Via G. van As ontving Flip onder andere gegevens over de ligging van mijnenvegers, onderzeeërs, rijnaken en tankschepen in de Rotterdamse havens, evenals gegevens over de locaties van afweergeschut, zoeklichten en onderkomens van de Wehrmacht. Ook verstrekte Van As tientallen foto's van allerlei strategische objecten.Van Stemerding ontving Flip een havenplan van Rotterdam, waarop de munitiedepots waren aangegeven, opdat de Engelsen deze zouden kunnen bombarderen. Ook Van den Acker (van de Arnhemse tak), leverde via Stemerding en G. van As spionagemateriaal. Wat er met dit materiaal gebeurde is niet duidelijk. Het bereikte Engeland in ieder geval niet.

In de loop van 1941 had het "Hoofdkwartier" al bepaald dat de leden van de Leeuwengarde door middel van een duplo-kaartsysteem geregistreerd moesten worden. Of dat toen ook gebeurde is, is niet aannemelijk. Begin 1942 drong P. van As er bij zijn mede-gardist, de politieman Kion, op aan om een kaartsysteem van de leden aan te leggen. Kion was hier om veiligheidsredenen op tegen. Van As zette zijn zin door, maar stemde er wel mee in dat Kion en de door hem verworven leden buiten het registratiesysteem zouden worden gehouden. Van As liet de lijst nu door een andere politieman samenstellen, Izaak Daane. Kion schreef hierover in 1946, dat Daane voor het vervoer van en het bij zich hebben van vuurwapens slechts een kleine 14 dagen in Scheveningen had "vast" gezeten en daarna weer op vrije voeten was gesteld. Dat stond Kion niet aan. Hij voorzag de ondergang van de Leeuwengarde, maar werd niet serieus genomen. Op 9 april 1942 werden ca. 30 personen van de Leeuwengarde gearresteerd. De arrestaties waren al eerder begonnen en vonden ook nadien nog plaats, tenminste tot in juni 1942. Eind september (mogelijk eerder) waren de Duitsers op de hoogte van de Leeuwengarde en de leidende rol van Flip daarin. Een maand later had de Sicherheitspolizei een exemplaar van het wervingspamflet weten te bemachtigen en wist men informatie aan de groep te onttrekken betreffende sabotageaanslagen e.d. Wellicht waren op dat moment (eind oktober 1941) al handlangers van de Sipo, de Leeuwengarde binnengedrongen. De provocateurs die voor de Sipo de Leeuwengarde waren binnengedrongen (dan wel Gardisten die door de Sipo tot verraad waren gebracht), leverden de groep onder meer wat wapens en sabotagemateriaal. Ook werkten zij mee aan spionageactiviteiten om zo binnen de groep vertrouwen te winnen, deze vervolgens in kaart te brengen en om de leden van de groep zo juridisch te kunnen belasten. Voor zover valt na te gaan was Daane de belangrijkste provocateur, die zowel in de Arnhemse als de Rotterdamse tak van de Leeuwengarde actief was.

©en webdesign Elisa (Lies) Masselman