Familieboek van Elisa

Website over Flip Masselman, oprichter van "De Leeuwengarde"

Logo website

Het korte leven van Flip

Grootmoeder Masselman werd geboren in 1883 in Groningen in een groot gezin. Grootvader Masselman werd geboren in 1886 in Amsterdam, ook in een vrij groot gezin. Mijn grootouders Masselman, trouwden in 1910 te Amsterdam. Op 14 maart 1917 werden in Amsterdam hun zonen Joop en Flip geboren. In 1929 is het gezin verhuisd naar Zeist. In augustus 1933 verhuisde het gezin naar Soest. In mei 1938 verhuisde het gezin wederom in Soest en in juli 1940 verhuisden ze weer naar Zeist. Mijn vader en zijn broer waren een twee-eiige tweeling en zeer verschillend, zowel van karakter als uiterlijk. Mijn vader was de eerstgeborene/oudste van de twee. Rustiger van aard, donker en langer van postuur, terwijl Flip de "Pietje Bel" van de jongens was, blond/rossig van haar en kleiner van postuur. Na de lagere school doorliepen Flip en Joop de MULO in Zeist. Flip had de wens om ooit officier te worden. In 1937 diende hij 8 maanden als kustwachter bij de Marine. Zijn diensttijd vanaf april 1939 tot mei 1940 vervulde hij bij de Kustwacht op Terschelling.

Na zijn vervulde diensttijd was Flip aanvankelijk werkzaam in wisselende baantjes, doch uiteindelijk kreeg hij een vaste betrekking als lijstenmaker bij een kunsthandel in Amersfoort. Een groot deel van zijn vrije tijd besteedde Flip aan jeugdwerk. In Zeist was hij (in zijn vrije tijd) padvinder en lid van de "Bizongroep". In oktober 1938 vormde hij in Soest een padvindersgroep de "Paltz-scouts", waarvan hij hopman werd.

De oorlog brak uit en het leven veranderde drastisch voor iedereen; het leven zou nooit meer worden als voorheen. Gedurende de gevangenschap van Flip was er een briefwisseling tussen hem en mijn vader. In zijn brieven vraagt Flip vrijwel altijd om voedsel omdat hij honger heeft. Soms is hij boos omdat hetgeen hij in zijn brieven gevraagd heeft niet bij hem is aangekomen. Het voedsel wat hij kreeg toebedeeld in de gevangenis daarvan bewaarde hij altijd een deel voor 's avonds. Mijn grootouders stuurden af en toe pakjes met voedsel. Mijn grootvader en mijn vader gingen samen op bezoek als dat werd toegestaan door de gevangenisbewaking. Bezoek moest ruim van tevoren worden aangevraagd. Vuile was werd door mijn vader meegenomen naar huis en schone was werd afgeleverd. Flip documenteerde veel en naaide kleine briefjes in zijn kleding. Na de ter dood veroordeling van Flip hebben mijn grootouders en mijn vader een gratieverzoek ingediend, maar dat is nooit gehonoreerd. In een brief van 28 december 1942 schrijft Flip dat hij te horen heeft gekregen dat hij de volgende dag "op transport" zou gaan. Alleen er was niet gezegd waarheen dat zou zijn. Flip was in de veronderstelling dat hij naar Duitsland overgebracht zou worden. Op de ochtend van 29 december 1942 kreeg Flip te horen dat hij die middag zou worden omgebracht. Hij kreeg pen en papier aangereikt om zijn afscheidsbrief te schrijven. In een brief van het "Feldgericht des Kommandierenden Generals und Befehlshabers im Luftgau Holland", gedateerd 31 december 1942 werden mijn grootouders op de hoogte gesteld van de inmiddels voltrokken executie van hun jongste zoon. De afscheidsbrief en wat persoonlijke bezittingen zijn in de dagen erna aan mijn grootouders overhandigd.

Volgens de aantekeningen van mijn vader:
  • Arrestatie van Flip op vrijdag 22 augustus 1941 op zijn werk in Amersfoort om 15.30;
  • Naar Zeist vervoerd voor huiszoeking;
  • Om 16.30 vervoerd naar het Huis van Bewaring in Amsterdam;
  • Om 18.00 uur ingesloten.

Tijdlijn van arrestatie tot aan executie van Flip:
  • Van 22 augustus 1941 tot (een exacte datum heb ik niet kunnen vinden) november 1941:
    Huis van Bewaring te Amsterdam;
  • Van November 1941 tot 17 juli 1942: Het Oranjehotel te Scheveningen;
  • Vrijdag 17 juli 1942: Overgebracht naar het Polizeichliches Durchgangslager in Amersfoort;
    (block C / kampnummer 676)
  • Vrijdag 13 november 1942: Overgebracht naar het Huis van Bewaring in Utrecht;
  • Het "Leeuwengarde-proces" van 16 tot en met 27 november 1942 in het Huis van Bewaring aan de Gansstraat te Utrecht.

    27 november: uitspraak. Aanvankelijk de doodstraf tegen alle 32 mannen, wegens deelname in een “terroristische” organisatie, spionage, aanhoudende vijandbegunstiging en verboden wapenbezit. Dat werd later herzien. Van 8 van de 32 mannen werd de ter doodveroordeling omgezet in 15 jaar tuchthuis. 11 mannen werden zonder veroordeling naar concentratiekampen weggezonden als "Nacht und Nebel" gevangenen;

  • 29 december 1942: Om 14.00 uur executie van de overige 13 mannen, waaronder Flip.

Na de oorlog werden er 61 (massa)graven blootgelegd rond het PDA (bron: website Nationaal Monument Kamp Amersfoort). Mijn vader heeft aan de hand van kledingresten (de kleding die Flip droeg op de dag van zijn arrestatie) zijn broer geïdentificeerd. Op 10 december 1945 is Flip herbegraven, samen met zijn beste vriend en medegardist Andries Stemerding. De mannen liggen naast elkaar begraven op de begraafplaats "Zeister Bosrust" te Zeist.

naambordje bij het graf van Flipadvertentie in krant van herbegrafenis Andries en Flipgraven van Flip en Andries

© en webdesign Elisa (Lies) Masselman